Tagarchief: suiker

Lemoncurd cheesecake

Toen ik de Delicious van april in de bus kreeg viel onderstaand recept mij meteen op, het blad heeft ook dagen op de betreffende pagina open gelegen. Maar omdat dit recept een overdaad aan calorieën bevat heb ik er even mee gewacht tot ik een excuus had om hem uit te proberen.
Sinds vorig jaar zijn wij namelijk verzot op cheesecake. Ze zijn vaak erg zacht van smaak. Soms worden ze gebakken en soms, zoals deze gebruik je alleen de koeling. Heerlijk in combinatie met fruit en in dit geval dus citroen. Even was ik bang dat hij te zuur zou worden maar dit was absoluut niet het geval.

Dit recept is voor 10-12 personen.

Ingrediënten:

250 gram biscuitjes
125 gram gesmolten roomboter
1 tl citroenrasp (ik rasp regelmatig een hele citroen af en bewaar dit in een zakje in de vriezer, zo heb je altijd rasp in huis en neem je eraf wat je nodig hebt)
500 gram mon chou
140 gram kristalsuiker
2 el versgeperst citroensap
500 ml slagroom
2 eiwitten
180 gram lemoncurd (dit kun je bij Albert Heijn kopen of de betere delicatessenzaak)

lemoncurd cheesecake

Maal de biscuitjes tot fijne kruimels. Voeg de gesmolten boter en citroenrasp toe en meng goed door elkaar.
Vet een springvorm in (24cm) en verdeel de koekkruimels over de bodem en zijkanten van de vorm. Druk stevig aan en zet even in de koelkast.

Klop met de mixer de zachte roomkaas met de suiker tot een glad mengsel. Voeg 2 el citroensap toe en klop goed door elkaar.

Klop de slagroom stijf.

Klop de 2 eiwitten stijf (dit doe ik met de keukenmachine)

Spatel de slagroom en eiwitten door het roomkaasmengsel. Schep de helft in de bakvorm. Lep hier 90 gram van de lemoncurd overheen. Maak swirls (‘krullen’) met een satéprikker. Schep vervolgens het restant van de roomkaas hierop. En eindig weer met 90 gram lemoncurd. Maak nogmaals swirls.

Plaats de vorm in een taartdoos of dek af met plasticfolie. Let op: gebruik geen aluminiumfolie want het citroenzuur tast het folie aan, wat vervolgens op je taart lekt.

Zet de cheesecake een hele nacht in de koelkast om op te stijven.

Wees niet te gulzig met grote punten, de taart is nl heel machtig maar superlekker!

bron: Delicious april 2013

Stoofperen

Ieder jaar met kerst proberen we altijd weer iets nieuws te serveren, toch staat er altijd weer volgens onze  oer Hollandse traditie stoofpeertjes op tafel. Gewoon omdat het lekker is!

Stoofperen
stoofperen,  geschild, in parten en klokhuis verwijderd

1 flesje rodebessensap  (Betuwe)

water

50 g bruine basterdsuiker

1 kaneelstokje

 

Leg de stoofpeertjes in een pan. Voeg het bessensap toe en vul aan met water totdat de peertjes net onder staan. Voeg de basterdsuiker en het kaneelstokje toe en breng het geheel aan de kook.

Doe de deksel op de pan en laat op een lage stand garen. Check na een half uurtje of ze gaar zijn.

Laat ze niet te lang op staan want dan worden ze echt te zacht.

Aan het eind van de kooktijd kun je evt. nog wat maïzena toevoegen (1 el op 2 el water) om de saus een beetje in te laten dikken.

Warm of koud serveren.

Pancettahapjes met gekaramelliseerde sjalot

Dit hapje is iedere keer weer een succes. Lekker bij tapas maar ook als amuse of klein voorgerechtje. Alle smaken zijn hierin verwerkt: een zoetje, een zuurtje maar ook iets zoutigs. 

Soms ben ik echt een chaoot in de keuken en zoals ik al vaker aangeef pas ik vaak recepten aan, aan mijn eigen smaak. Dit kan ook tot onverwachte, niet bedoelde situaties leiden. Zoals afgelopen Kerstdiner. Omdat het als amuse een groot succes was met het Kerstdiner van 2011, wilde ik hem dit jaar weer serveren. Maar tijdens het voorbereiden van mijn bospaddenstoelenbouillon, besloot ik spontaan om hier sjalotjes aan toe te voegen… je begrijp het al, toen ik mijn pancettahapje dus wilde voorbereiden, kwam ik erachter dat ik dus de sjalotjes had opgebruikt. Niet getreurd, eten genoeg, dan schuiven we het hapje gewoon door naar oud & nieuw!

En wederom een succes.

 

Dit recept is voldoende voor 8 personen, afhankelijk van het aantal gasten maak  ik altijd een dubbele portie.

Ingrediënten:

 

3 sjalotjes

Stukje boter

1 el donderbruine basterdsuiker

3 el crema di balsamico (klein flesje, let op dit is dus geen balsamico azijn!)

75 gr. cranberrypaté

8 plakjes pancetta (Italiaans spek, te koop bij Albert Heijn)

 

Snijd de sjalotjes in dunne ringen/plakjes. Smelt de boter in een steelpan en fruit hierin de sjalotjes tot ze glazig en zacht zijn.  

Voeg de suiker en de crema dit balsamico toe en laat het geheel in 30 minuutjes zachtjes karamelliseren. 

Verdeel de paté in 8 kleine blokjes en wikkel ieder blokje in een plakje pancetta. Bak deze blokjes in een droge, hete koekenpan ongeveer 2-3 minuten tot de pancetta lekker krokant is. 

Leg 8 lepels klaar en verdeel hier de sjalotjes over. Leg er een pancettahapje op.

Meteen serveren en vergeet even niet te genieten!

pancettahapjes met gekaramelliseerde sjalotjes

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

bron: Allerhande

Butter Chicken Curry

Mijn vader draaide vroeger als sleepbootkapitein 24 uurs diensten en dus werd er met de bemanning om de beurt voor elkaar gekookt. Hij kwam regelmatig in aanraking met grote vrachtschepen uit het buitenland en kreeg zo nog wel eens buitenlandse pot te proeven. Wanneer er zelf gekookt werd, waren dit vaak éénpans gerechten en vooral ook veel pittige rijstgerechten. Ik ben dan ook opgegroeid met rijst en de sambal op tafel.

Gelukkig eet mijn gezin ook graag rijst en mag het pittig zijn.

Onderstaand recept zit al jaren tussen mijn knipsels en eigenlijk is het jammer dat ik het niet vaker maak. De rijke smaken van de specerijen en de aromatische geuren die vrijkomen tijdens het bakken willen je niets anders dan te doen laten proeven van deze romige, pittige Indiase curry op basis van zelfgemaakte garam masala (kerriemengsel), tomaten en kokosmelk.

De sambal heb je nu niet nodig, want de specerijen die gebruikt worden zijn al heel pittig van smaak, wil je het nog pittiger dan kun je ervoor kiezen om er een rode peper bij te gebruiken maar als je dit voor het eerst gaat maken, zou ik deze nog even achterwege laten.

056

Indiase Butter Chicken Curry

Ingrediënten voor 4 personen:

2 uien

6-8 teentjes knoflook

10 cashewnoten

1 blikje gepelde tomaten (netto 400 g)

3 eetlepels yoghurt

1 eetlepel paprikapoeder

3 eetlepels slagroom

1/2 eetlepel donkerbruine basterdsuiker

1 eetlepel maïzena

500-600 gram kipfilet

150 gr roomboter

1/2 eetlepel djinten (gemalen komijn)

1 eetlepel (ketoembar) gemalen koriander

1 eetlepel gemberpoeder

2 eetlepels chilipoeder

125 ml kokosmelk

Zout

Evt. 2 takjes koriander ter garnering

Maal de cashewnoten met de staafmixer tot poeder en zet apart.

Snipper de ui en knoflook en fruit dit zachtjes in een braad- of hapjespan in een klein beetje boter. Als de ui zacht genoeg is pureer je dit met de staafmixer in een kom. De pan gebruik je zo weer. Zet het mengsel apart.

Het blik tomaten laten uitlekken en met de staafmixer pureren samen met de yoghurt, paprikapoeder, slagroom, suiker en maïzena.

Kipfilets in stukken snijden en droogdeppen met keukenpapier.

Verhit de roomboter (niet bruin laten worden) en bak hierin de gemalen komijn (djinten) en evt. de gemalen koriander (ketoembar) ca. 2 min. Je reukzintuigen worden meteen gekieteld door de heerlijke geur die nu al vrijkomt.

Voeg de gemberpoeder, de chilipoeder en het cashewnotenpoeder toe en bak dit ca. 4 min al roerend mee. Het gaat nog lekkerder ruiken!

Voeg het ui-knoflookmengsel toe en bak al roerend nog eens 2 min. mee.

Kip toevoegen en goed omscheppen, zodat de kip goed met het specerijenmengsel bedekt word.

Voeg de kokosmelk toe en zout naar smaak en laat alles nog even 5 minuutjes zachtjes koken.

Tomatenmengsel toevoegen en weer aan de kook brengen. Laat de curry onafgedekt ca. 20 min zachtjes sudderen, af en toe even doorroeren.

Als laatste de koriander erboven fijn knippen. Wanneer je hier niet van houd, laat je dit weg.

Serveren met rijst en gestoomde sperziebonen.

Annemaria’s panforte

Deze traditionele Italiaanse Kerst lekkernij stond nog steeds hoog op mijn ‘want to cook/bake’ list.

Er rouleren heel veel verschillende recepten, waarin de soorten en hoeveelheden fruit en noten nogal variëren maar ook de specerijen willen nogal eens per recept verschillen.

Zoals jullie inmiddels gewend zijn van mij, sla ik niet over 1 recept aan het bakken, dus heb meerdere recepten naast elkaar gelegd en zelf mijn variatie bedacht. Omdat ik zelf gekonfijte sinaasappelschilletjes erg sterk van smaak vind en ze zeker van de supermarkt al niet lekker  vind, haal ik deze bij de echte bakwinkel en heb ik de helft vervangen door gedroogde abrikozen. Ook heb ik er nog extra een halve reep zeer pure chocola aan toegevoegd.

De eerste keer dat ik een panforte maakte brak ik bijna mijn tanden erop, zo hard was deze geworden, hij had veels te lang gebakken. Een ezel stoot zich niet 3maal aan dezelfde steen en dus heb ik het nog eenmaal geprobeerd. Zelfs voor iemand met Italiaans bloed was de smaak herkenbaar als panforte. De koek heeft een nougatachtige taaiheid.

Panforte betekent letterlijk “sterk brood”, een verwijzing naar het kruidige aroma. De originele naam van panforte was “panpepato” (gepeperd brood), dit wegens de sterke kruiden die in de panforte worden gebruikt. De smaak is heel apart, bij de eerste hap proef je de sterke smaken van het fruit, wanneer je verder kauwt komen de noten naar voren en aan het eind bij het doorslikken de smaken van de warme specerijen. Van oorsprong is het een traditioneel dessert dat de Italianen met kerstmis of oud en nieuw  eten.

panforte 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voor minimaal 20 stukjes

 

350 gr. gemengde ongezouten noten: amandelen bruine en witte geblancheerde, hazelnoten en pistachenoten 

100 gr. gekonfijte sinaasappelschillen

100 gr. vijgen

80 gr. gedroogde abrikozen

2 tl. kaneel

1 tl. verse nootmuskaat

1 tl. kardemom

½ tl. kruidnagelpoeder

Cayennepeper 

50 gr. bloem

50 gr. pure chocolade in kleine stukjes

1 el. cacao 

30 gr. boter

150 gr. honing

120 gr. suiker

 

poedersuiker 

 

Bekleed een ronde springvorm met bakpapier, ook de zijwanden en vet deze alsnog een beetje in.

Verwarm de oven voor op 170 gr. 

Snijd het gedroogde fruit en de schilletjes in kleine stukjes en meng met de noten. Meng de specerijen en chocolade stukjes  hier doorheen. Zeef de bloem en cacao in gedeeltes erbij en meng alles goed door elkaar. 

Smelt de boter, honing en suiker op een lage stand. 

Wanneer de suiker goed gesmolten is, giet je dit mengsel bij de droge ingrediënten in een grote kom, goed door elkaar mengen. 

Doe de massa in de vorm en druk met vochtige handen de bovenkant zo goed mogelijk aan. 

Bak de koek in ongeveer 20-30 minuten gaar. Wanneer het aan de zijkant bubbelt is het klaar. 

Laat volledig afkoelen in de vorm en bestuif met poedersuiker.

Lekker bij de koffie of thee of een glaasje Vin Santo.

Iedereen hele fijne feestdagen en geniet van elkaar!

Pastéis de Belém

Weer iets lekkers waar een verhaal ‘achter’ zit. 

Er zijn verschillende versies van deze pastéis te vinden, ook Jamie Oliver heeft de zijne, echter komen de meeste recepten op hetzelfde neer, dit recept zag ik op tv bij 24 Kitchen en dacht eigenlijk dat het hier om een Braziliaanse lekkernij ging. Eric zijn neef heeft nl. in Belém gewoond, in Brazilië. Ik dacht dus yesss dat is leuk, als zij weer komen ga ik dat maken! 

Echter gaat het hier om een typische lekkernij uit Lissabon: de Pastéis de Belém.  Dit zijn kleine roompasteitjes, die anderhalve eeuw geleden door monniken werden uitgevonden. Deze pasteitjes zijn voorzien van een romige vulling en worden bestrooid met kaneel en poedersuiker.

Je kunt het als desert eten maar ook lekker voor bij de koffie. En…. het is goedkoop om te maken. 

En geloof me, dit is zo lekker: één is geen, je eet er zeker drie!

  

Vulling

250 ml melk,  2 eieren,  75 g suiker,  1 el bloem,  1 pakje roomboterbladerdeeg,  1 vanillestokje

Garnering

2 el poedersuiker,  1 tl kaneelpoeder

Tartelettevorm  of muffinvorm 10-12 stuks

Leg de plakjes bladerdeeg uit en bestrijk met water. Leg 3 plakjes bladerdeeg op elkaar en rol ze op. Snijd de rolletjes in stukjes  van ongeveer 1,5 cm dik en maak hier met duim en wijsvingers mooie taartbakjes van, zie foto.

Doe ze in de vormpjes en druk het deeg goed tegen de wand aan.

Verwarm de oven voor op 220 ºC..

Halveer het vanillestokje in de lengte en schraap het merg eruit. Breng voor de vulling de melk met de helft van de suiker, het vanillemerg (en evt. het lege stokje aan de kook, ik bewaar de lege stokjes om hier vanillesuiker mee te maken).

 

Scheid de eieren en gebruik de eidooiers. De eiwitten kun je invriezen om er bijvoorbeeld later eiwitschuim mee te maken.

Klop de overige suiker met de eidooiers op en meng de bloem erdoor tot er een romige massa ontstaat. 

Verwijder het vanillestokje uit de melk. 

Giet de kokende melk over de eiermassa en roer goed door. Giet de massa terug in de pan en kook al roerend ‘gaar’. 

Verdeel de crème over 10-12 deegbakjes en bak gedurende 20 minuten in de oven tot de bovenkant een mooie bruine kleur heeft gekregen. 

Haal voorzichtig de gebakjes uit de vorm maar pas op, de pudding is kokend heet en laat ze niet omvallen, dat zou zonde zijn. 

Even een minuut of 10 af laten koelen op een rooster.

Meng ondertussen de poedersuiker met het kaneelpoeder en bestrooi er de lauwe Pasteis de Belem mee.

Bij de Antiga Confeitaria de Belém, in Lissabon staan ze hiervoor in de rij, nu kun je ze zelf maken, ik weet niet of ze in de buurt komen maar ze zijn goddelijk, eet ze warm!