Tagarchief: kaneel

Gehaktballetjes in kruidige tomaten-paprikasaus

In de loop van de jaren is pasta helemaal geïntegreerd in ons koude boeren stamppot landje.

Persoonlijk ben ik gek op pasta, heerlijk! Omdat er veel koolhydraten in zitten maak ik het vaak op de vaste sportavonden van mijn zoon klaar. Pakjes van Honig voor de pastasauzen zie je mij niet snel gebruiken, ik wil graag weten wat ik eet en als het niet nodig is om verschillende dingen als gistextract, maltodextrine, kunstmatige kleurstoffen en –antioxidanten in mijn saus te verwerken sla ik het liever over. Ik hoor vaak van mensen: maar het is zoveel werk! En dat wil ik nou bewijzen met mijn blog, het is helemaal geen extra werk, je moet gewoon zorgen dat je de juiste specerijen  in huis hebt, volg een recept en voilà. 

De combinatie van de specerijen vroegen om mijn aandacht. In deze tijd van het jaar kunnen specerijen extra lekker smaken, ze geven een krachtige en volle smaak en veroorzaken sensaties zoals warmte of hitte in je mond. Peper, kaneel, ketoembar en de chilipoeder: kruidig en warm! 

Dit recept komt uit de Boodschappen, wederom iets aangepast.

 

Gehaktballetjes in een kruidige paprika-tomatensaus

gehaktballetjes in een kruidige paprika-tomatensaus

  

2 witte boterhammen zonder korstjes

2 eetlepel melk of water

500 gram rundergehakt

1 sjalotje zeer fijngehakt

1 theelepel kaneelpoeder

½ theelepel ketoembar (je kunt ook verse koriander nemen maar hier moet je van houden)

1 bosje peterselie fijngehakt

1 ei losgeklopt

olijfolie

1 rode paprika in reepjes

2 teentje knoflook gesnipperd

1 theelepel chilipoeder

2 blikjes tomatenblokjes

 

Snijd het brood in blokjes en besprenkel ze met de melk. Laat dit even weken.

Vermeng ondertussen de gehakt, het sjalotje, kaneelpoeder, ketoembar, de peterselie en het ei. Kneed hier het natte brood gelijkmatig door.

Voeg zout en peper toe naar smaak.

Draai kleine balletjes ter grootte van een walnoot en leg ze op een schaal. Laat ze een half uur opstijven in de koelkast.

Verwarm de olie in een hapjespan en bak hierin de balletjes rondom bruin. (vergeet niet de genieten bij de vrijkomende geuren van de kruiden)

Neem ze uit de pan en roerbak in hetzelfde bakvet de paprika, knoflook en chilipoeder. Voeg de tomatenblokjes toe en voeg wat zout en eventueel wat peper toe. Voeg alle balletjes met aanhangende jus toe en laat de saus circa 10 minuten op lage stand pruttelen. Lekker met spaghetti.

Annemaria’s panforte

Deze traditionele Italiaanse Kerst lekkernij stond nog steeds hoog op mijn ‘want to cook/bake’ list.

Er rouleren heel veel verschillende recepten, waarin de soorten en hoeveelheden fruit en noten nogal variëren maar ook de specerijen willen nogal eens per recept verschillen.

Zoals jullie inmiddels gewend zijn van mij, sla ik niet over 1 recept aan het bakken, dus heb meerdere recepten naast elkaar gelegd en zelf mijn variatie bedacht. Omdat ik zelf gekonfijte sinaasappelschilletjes erg sterk van smaak vind en ze zeker van de supermarkt al niet lekker  vind, haal ik deze bij de echte bakwinkel en heb ik de helft vervangen door gedroogde abrikozen. Ook heb ik er nog extra een halve reep zeer pure chocola aan toegevoegd.

De eerste keer dat ik een panforte maakte brak ik bijna mijn tanden erop, zo hard was deze geworden, hij had veels te lang gebakken. Een ezel stoot zich niet 3maal aan dezelfde steen en dus heb ik het nog eenmaal geprobeerd. Zelfs voor iemand met Italiaans bloed was de smaak herkenbaar als panforte. De koek heeft een nougatachtige taaiheid.

Panforte betekent letterlijk “sterk brood”, een verwijzing naar het kruidige aroma. De originele naam van panforte was “panpepato” (gepeperd brood), dit wegens de sterke kruiden die in de panforte worden gebruikt. De smaak is heel apart, bij de eerste hap proef je de sterke smaken van het fruit, wanneer je verder kauwt komen de noten naar voren en aan het eind bij het doorslikken de smaken van de warme specerijen. Van oorsprong is het een traditioneel dessert dat de Italianen met kerstmis of oud en nieuw  eten.

panforte 

 

 

 

 

 

 

 

 

Voor minimaal 20 stukjes

 

350 gr. gemengde ongezouten noten: amandelen bruine en witte geblancheerde, hazelnoten en pistachenoten 

100 gr. gekonfijte sinaasappelschillen

100 gr. vijgen

80 gr. gedroogde abrikozen

2 tl. kaneel

1 tl. verse nootmuskaat

1 tl. kardemom

½ tl. kruidnagelpoeder

Cayennepeper 

50 gr. bloem

50 gr. pure chocolade in kleine stukjes

1 el. cacao 

30 gr. boter

150 gr. honing

120 gr. suiker

 

poedersuiker 

 

Bekleed een ronde springvorm met bakpapier, ook de zijwanden en vet deze alsnog een beetje in.

Verwarm de oven voor op 170 gr. 

Snijd het gedroogde fruit en de schilletjes in kleine stukjes en meng met de noten. Meng de specerijen en chocolade stukjes  hier doorheen. Zeef de bloem en cacao in gedeeltes erbij en meng alles goed door elkaar. 

Smelt de boter, honing en suiker op een lage stand. 

Wanneer de suiker goed gesmolten is, giet je dit mengsel bij de droge ingrediënten in een grote kom, goed door elkaar mengen. 

Doe de massa in de vorm en druk met vochtige handen de bovenkant zo goed mogelijk aan. 

Bak de koek in ongeveer 20-30 minuten gaar. Wanneer het aan de zijkant bubbelt is het klaar. 

Laat volledig afkoelen in de vorm en bestuif met poedersuiker.

Lekker bij de koffie of thee of een glaasje Vin Santo.

Iedereen hele fijne feestdagen en geniet van elkaar!

Pastéis de Belém

Weer iets lekkers waar een verhaal ‘achter’ zit. 

Er zijn verschillende versies van deze pastéis te vinden, ook Jamie Oliver heeft de zijne, echter komen de meeste recepten op hetzelfde neer, dit recept zag ik op tv bij 24 Kitchen en dacht eigenlijk dat het hier om een Braziliaanse lekkernij ging. Eric zijn neef heeft nl. in Belém gewoond, in Brazilië. Ik dacht dus yesss dat is leuk, als zij weer komen ga ik dat maken! 

Echter gaat het hier om een typische lekkernij uit Lissabon: de Pastéis de Belém.  Dit zijn kleine roompasteitjes, die anderhalve eeuw geleden door monniken werden uitgevonden. Deze pasteitjes zijn voorzien van een romige vulling en worden bestrooid met kaneel en poedersuiker.

Je kunt het als desert eten maar ook lekker voor bij de koffie. En…. het is goedkoop om te maken. 

En geloof me, dit is zo lekker: één is geen, je eet er zeker drie!

  

Vulling

250 ml melk,  2 eieren,  75 g suiker,  1 el bloem,  1 pakje roomboterbladerdeeg,  1 vanillestokje

Garnering

2 el poedersuiker,  1 tl kaneelpoeder

Tartelettevorm  of muffinvorm 10-12 stuks

Leg de plakjes bladerdeeg uit en bestrijk met water. Leg 3 plakjes bladerdeeg op elkaar en rol ze op. Snijd de rolletjes in stukjes  van ongeveer 1,5 cm dik en maak hier met duim en wijsvingers mooie taartbakjes van, zie foto.

Doe ze in de vormpjes en druk het deeg goed tegen de wand aan.

Verwarm de oven voor op 220 ºC..

Halveer het vanillestokje in de lengte en schraap het merg eruit. Breng voor de vulling de melk met de helft van de suiker, het vanillemerg (en evt. het lege stokje aan de kook, ik bewaar de lege stokjes om hier vanillesuiker mee te maken).

 

Scheid de eieren en gebruik de eidooiers. De eiwitten kun je invriezen om er bijvoorbeeld later eiwitschuim mee te maken.

Klop de overige suiker met de eidooiers op en meng de bloem erdoor tot er een romige massa ontstaat. 

Verwijder het vanillestokje uit de melk. 

Giet de kokende melk over de eiermassa en roer goed door. Giet de massa terug in de pan en kook al roerend ‘gaar’. 

Verdeel de crème over 10-12 deegbakjes en bak gedurende 20 minuten in de oven tot de bovenkant een mooie bruine kleur heeft gekregen. 

Haal voorzichtig de gebakjes uit de vorm maar pas op, de pudding is kokend heet en laat ze niet omvallen, dat zou zonde zijn. 

Even een minuut of 10 af laten koelen op een rooster.

Meng ondertussen de poedersuiker met het kaneelpoeder en bestrooi er de lauwe Pasteis de Belem mee.

Bij de Antiga Confeitaria de Belém, in Lissabon staan ze hiervoor in de rij, nu kun je ze zelf maken, ik weet niet of ze in de buurt komen maar ze zijn goddelijk, eet ze warm!